In gesprek met ... Fenny en German Rijfkogel

Over SPLIJ+

Zwartewatersklooster: 15 huizen, 40 inwoners, 3 eendenkooien, een begraafplaats en een prachtig landschap aan de rand van het natuurgebied de Olde Maten. De tijd lijkt er stil te hebben gestaan. Op een mooie zomerdag kun je nog korenschoven langs de weg zien staan. Zwartewatersklooster ontleent zijn naam aan een nonnenklooster dat hier in 1233 werd gesticht als boetedoening voor de in 1227 in de slag bij Ane omgekomen bisschop van Utrecht en zijn 139 ridders, die hier begraven liggen. Het klooster werd aan het eind van de 16e eeuw weer afgebroken.

De familie Rijfkogel is een van de contractanten van SPLIJ+. German en Fenny runnen samen met hun dochter en zoon een melkveebedrijf: 80 hectare hebben zij ter beschikking voor hun 90 koeien en 22 stuks jongvee en daarnaast hebben zij ook nog 25 schapen (‘we tellen de schapen tweemaal ter dag’) en nog wat geiten. Fenny (63) is geboren in Zwartewatersklooster, German (67) komt uit de nabijgelegen buurtschap De Velde. Enkele jaren geleden kochten ze hun huidige woning aan de doorgaande weg. German: “We waren er eigenlijk nog niet aan toe om van de boerderij te verhuizen, maar je moet een beetje vooruit denken. Er komt hier niet vaak een huis te koop. Nu woont onze dochter met haar gezin op de boerderij en straks kan zij samen met onze zoon het bedrijf voortzetten. Nu draaien wij nog volop mee en werken onze zoon en dochter ieder een halve week ‘buiten de deur’.” Vanuit de huiskamer kijken we uit op het natuurgebied en op de vogels die zich tegoed doen aan het strooivoer. Groenlingen, boomklevers, vinken, huismussen en grote bonte spechten vliegen af en aan. “We voldoen niet aan alle criteria voor een biologisch boerenbedrijf, maar in de geest zijn we dat wel. We proberen zoveel mogelijk in harmonie met de natuur te werken. We gebruiken zo min mogelijk antibiotica en we gebruiken al 20 jaar geen kunstmest, we boeren op een extensieve manier. Het gaat niet om zoveel mogelijk productie,

 

“Het gaat ons daarbij niet zozeer om het vangen van de eenden, dat zijn er maar enkele tientallen per jaar, maar om het behoud van cultureel erfgoed”

 

Wij vinden dat je als boer ook de rust moet nemen om te genieten van de natuur. Dat kan hier nog, het landschap is betrekkelijk weinig veranderd, het heeft nog min of meer het karakter van vroeger.” De veestapel bestaat uit een bonte verzameling van koeien. Niet alleen Holsteiners, maar ook Blaarkoppen en exemplaren Brown Swiss maken deel uit van de groep. “Het is een mooi gezicht om die bonte stoet vanuit de stal over het pad naar het land te zien lopen.” German en Fenny zijn in het bezit van twee eendenkooien. De kleine eendenkooi staat midden in het land en is ongeveer 6 jaar geleden met steun van SPLIJ+ opgeknapt. Sinds kort is de familie Rijfkogel ook in het bezit van de grote eendenkooi, die wat meer verscholen ligt. Daar werken ze nu druk aan het herstel van de rieten schermen. Daarna zullen de kolk en de vangpijpen verder uitgebaggerd moeten worden en zullen de vangpijpen in oude glorie hersteld worden. Mogelijk dat de provincie subsidie wil verlenen, want het herstel is een kostbare zaak.

 

“Het werken in de kooi is heel rustgevend, het is prachtig om zo in de natuur bezig te zijn. Behalve eenden trekken de kooien ook veel andere vogels aan, maar ook predatoren als vossen en marterachtigen. Uiteindelijk willen we dat de kooien ook hun oude functie weer kunnen vervullen. Het gaat ons daarbij niet zozeer om het vangen van de eenden, dat zijn er maar enkele tientallen per jaar, maar om het behoud van cultureel erfgoed”, aldus German. In de kooien mogen alleen wilde eenden gevangen worden in de periode van half augustus tot en met januari. De kooiker moet in het bezit zijn van een kooikersdiploma, ook wel ‘jachtvergunning zonder geweer’ genoemd. Romantisch boeren, het bestaat nog. German en Fenny Rijfkogel, landbouwers en natuurbouwers tegelijkertijd.

 

Jan Gulikers