In gesprek met ... Tonny Selles

Over SPLIJ+

Aan de Zalkerdijk aan het begin van De Zande ligt de fraaie landschapstuin van Tonny Selles, Elly van der Molen en Jan van der Molen. “Wij hebben in 2011 dit huis gekocht, met de kolk en ruim een hectare grond. Aan het bestaande huis hebben wij een flink deel aangebouwd; we wilden dat het zoveel mogelijk een levensloopbestendige woning zou worden met voldoende privacy voor iedereen. Het erf was behoorlijk verwaarloosd, de kolk moest uitgebaggerd worden en de rest was vooral weiland.

Het reliëf en de verschillende landschapselementen, zoals de boomgaard, de meidoornhagen, de houtwal, de knotwilgen en de walnotenbomen hebben wij laten aanleggen. Op een gegeven moment was het hele erf één grote bouwput.” Vooral het uitdiepen van de kolk bleek een behoorlijke klus. Er moest een flora- en faunaonderzoek plaatsvinden naar beschermde planten- en diersoorten (de grote modderkruiper bleek er niet te zijn), er werden monsters genomen in verband met mogelijke bodemverontreiniging en er moest een depot aangelegd worden met een dijkje eromheen om het uitgebaggerde slib onder te brengen. Op die plek is later de bongerd aangelegd: 12 hoogstamfruitbomen van oude fruitrassen zoals sterappel, zoete kroon, kleipeer en dubbele meikers. “De fruitbomen doen het goed, het slib maakt de grond erg vruchtbaar. Maar we hebben ook al een aantal keren het terrein opnieuw moeten laten egaliseren en inzaaien, omdat het slib nog lang inklinkt en krimpt.”

Voor het aanleg- en herstelplan werd een beroep gedaan op landschapsarchitect René Harleman. De directe omgeving van het woonhuis werd als tuin ingericht. Uitheemse bomen en coniferen zoals Amerikaanse eik en fijnsparren moesten plaatsmaken voor ‘IJsseldeltagroen’. Voor het uitdiepen van de kolk en de aanleg en het herstel van de andere karakteristieke landschapselementen bood de regeling Groene en Blauwe Diensten de oplossing. Tonny Selles: “Zonder financiële ondersteuning en deskundig advies van SPLIJ+ zouden we dit allemaal niet op deze manier hebben kunnen realiseren. Later hebben wij nog een kleine uitbreiding gedaan met nog wat meer knotwilgen en een aantal houtwallen.”

“Als je ziet wat er in een tijdsbestek van 8 jaar gerealiseerd is, dan zijn we daar best trots op. Het gewone onderhoud doen we zelf, maar elk jaar komt de hovenier voor het grote werk: het snoeien van grote bomen en houtwallen en het bijwerken van de rietkragen van de kolk. We genieten er dagelijks van, zeker in deze tijd van gedwongen thuiswerken i.v.m. de Corona-maatregelen. Ik werk bij de provincie Overijssel als programmamanager voor een Europees subsidieprogramma voor plattelandsontwikkeling POP3/LEADER.”

De kolk heeft een grote aantrekkingskracht voor vogels zoals het visdiefje, de ijsvogel, de zwarte stern, de meerkoet en het waterhoentje, maar ook de roerdomp laat zich hier zien. “Fietsers op de dijk zitten soms achterstevoren op de fiets om naar het fraaie geheel te kijken. Het is wel een stuk drukker geworden sinds de aanleg van het Reevediep, een prachtig natuurgebied een paar kilometer verder richting Kampen.” 

Download hier het artikel